Marie Desaegher, hoe een doof meisje de oorlog beleefde

185 web

Jackie Detailleur

auteur: Saskia Termote

Marie Desaegher is 25 als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Ze woont, een beetje tegen haar zin bij haar tante in. Maar in 1915 sterft haar moeder, en gaat ze terug naar haar geboortehuis in Boezinge, om voor haar vele zussen te zorgen (in totaal zijn er 13 kinderen geboren, maar het gezin kende veel tegenslagen en niet alle 13 waren een lang leven gegund). Haar huis stond in de Poezelstraat, waar nu het Bretoens monument staat.

Marie ziet verschrikkelijke dingen rondom haar, maar hoort niks. Ze is doof. Doof door een ongeval op haar 21ste in Rijsel.

Doof zijn in de oorlog… er zijn misschien mensen die dit niet zo erg zouden vinden. Je hoort geen granaten ontploffen en hoort niet hoe de mensen lijden. Je hoort ze niet kermen van de pijn, je hoort ze niet sterven…

Maar mensen zien maar die kant, doof zijn tijdens de oorlog betekend dat je enkel op jezelf kan vertrouwen. Ze is letterlijk doof voor de alarmen, doof voor de waarschuwingen die haar zus en anderen haar proberen te geven… zo ook als er paniek uitbreekt op de dag van de gasaanval in Boezinge, op 22 april 1915.

Marie en haar zus zijn op de terugweg van Ieper naar Boezinge waar ze voor de tweede keer werden geïnjecteerd tegen tyfus. Marie ziet iedereen vluchten. Mensen zijn in paniek en lopen door elkaar heen… ze vluchten, maar Marie weet niet waarvoor. Haar zus probeert haar duidelijk te maken dat ze ook moeten vluchten, maar de communicatie verloopt moeizaam. Ze komt te weten dat er bommen zijn gevallen, maar de waarschuwingen over het gas begreep ze niet. Door deze beperking loopt ze, een paar minuten nadat haar zus de benen heeft genomen, de verkeerde richting uit.

Ze brengt de nacht door op een boerderij in haar buurt, op veel kaarten aangeduid met “farm 24”.

De dag erop loopt ze tussen de Duitse loopgraven, ze wordt getroffen door een granaat. Gewond aan haar been kwam ze in een Duitse loopgraaf terecht, maar een Duitser die zich daar ook schuilhield, liet haar terug uit de loopgraaf verwijderen. Alsof Marie nog niet genoeg had geleden, werd ze voor de tweede keer in korte tijd geraakt. Ze werd zwaargewond in haar buik. Ze werd gevonden door een Duitse dokter en naar het Heilig-Hartziekenhuis in Roeselare gebracht voor verdere verzorging. Na haar ontslag werd ze door een Roeselaars gezin verder opgevangen.

Een verhaal van een gewone vrouw, die een jaar nadat de oorlog uitbrak haar bevindingen begon te noteren. De dagboekfragmenten zijn in het West-Vlaams geschreven, en dit is zo behouden in het boek die Aurel Sercu – een gepensioneerde leraar – in 1993 met uitgeverij “de klaproos” uitbracht. Toch is het voor iedereen leesbaar. Ze beschrijft haar gevoelens op een menselijke manier, niet nadenkend over hoe ze het best zou beschrijven, recht uit haar hart. Wat er na de oorlog met Marie is gebeurd, is moeilijk terug te vinden. Waarschijnlijk als gewone burger begraven waar ze uiteindelijk is gestorven.

Het boek is te verkrijgen bij uitgeverij Klaproos

 

1 comment

  1. ,verschrikkelijk om dat te lezen, mijn groot onkel stierf als soldaat in de groote orlog, mijn nonkel 14 jaar oud werd vermoord samen met heel wat familie in de wo 12 , ik vergeet hen nooit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *