Shellshock

155 web

Jackie Detailleur

auteur: Lionel Vandenberghe

De achtergrond bij elke “oorlogsherdenking” zou moeten zijn “dat nooit meer”.  Maar de mensheid heeft het nog altijd niet begrepen.

De oproep van Albert I opdat vrijwilligers zich zouden melden “Vlamingen gedenkt de slag der Gulden Sporen, Walen, gedenk de 600 Franchimontesen”, kreeg navolging om strijders te ronselen in Syrië. Het gebruik van het gifgas herhaalde zich onlangs in Syrië.  Vluchtelingen voor oorlogsgeweld zien we nog elke dag. De dodendraad tussen Nederland en België tijdens de eerste oorlog kreeg zijn navolging in de “muur der schande” opgetrokken door Israël in Palestina…Het zelfbeschikkingsrecht der volkeren (oproep van de Amerikaanse president Wilson) is nog altijd niet gerealiseerd (Catalanen, Bretoen, Basken, Schotten, Palestijnen…Vlamingen)

Soldaten, vechters, strijders, komen terug uit gruwelijke toestanden met, niet alleen zware fysische verwondingen, maar ook met emotionele en psychologische letsels.

De term “shellshock” kwam opnieuw in de actualiteit na de diverse oorlogssituaties van de jongste jaren.  Dr. Meyer schreef er in 1915 al over, het gebruik van het woord werd zelfs verboden.

Reeds in het begin van de oorlog werd de medische wereld geconfronteerd met “honderdduizenden mannen die bizarre psychologische symptomen, mysterieuze ziekteverschijnselen en tekenen van geheugenverlies vertoonden”.

Allerlei termen worden ervoor gebruikt: oorlogsneurose, neurastenie, zenuwzwakte, “posttraumatisch stresssyndroom PTSS”.

In alle legers deden zich dezelfde toestanden voor.  De gruwelijke levensomstandigheden in de loopgraven kan men zich moeilijk voorstellen: modder, muizen, ratten, luizen, lijken overal verspreid, gewonden wachtend op verzorging… Jongens van amper 20 jaar konden deze toestanden moeilijk verwerken.  Ze werden er letterlijk “zot” van.  Ze vertoonden rare gedragingen, sidderden en beefden als ze naar de eerste linie moesten vertrekken.  Of ze weigerden te vertrekken naar de loopgraven en werden dan veroordeeld als “deserteurs”.  Op weg naar het front werden ze geconfronteerd met lege doodskisten die klaar stonden om lijken op te halen! En de legerleiding deed niets.  Jawel: de soldaten werden gestraft, dagen cachot met een homp brood en een kom water. En zelfs veroordeeld wegens karakterstoornis of plantrekkerij of gebrek aan moed… Sommigen kregen hiervoor de doodstraf, “dood met de kogel” en kregen tot op vandaag geen eerherstel. “Waarom geen gratie verlenen”, werd gevraagd in het Belgisch parlement. “Deze kwestie is momenteel niet aan de orde”, antwoordde minister Flahaut in 2006.  In andere landen werd wel eerherstel verleend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *