Infanteriesoldaat Franz De Backer

65 web

Jackie Detailleur

Franz De Backer (Aalst, 22 juni 1891 – Ukkel, 23 juni 1961)                                                                                                               auteur: Reinoud D’Haese

In dat leven [van infanteriesoldaat aan het IJzerfront], waarin ik als voor altijd scheen te zullen staan, stilaan versuffend, kwam toen de geweldige schok.

Een nacht dat ik op ronde was, in de stille loopgraven. Plots, voor ons, bij de vijand, een dof gerucht van werkende schoppen. De schildwacht had het vroeger niet gehoord. Stilte. Dan weer, onmiskenbaar, het doffe steken in de sompige aarde, enkele meters voor ons. Ik richtte zorgvuldig mijn geweer naar het geluid, – en schoot. Een rauwe kreet, ik hoor hem nog. Kreet van schroeiende pijn, gehok van stervende longen.

– “Ge hebt hem, sergeant!”

En dan onmiddellijk het bange manen om stilte rond de tragische plek in de duisternis, en dan vier of vijf schoten vanuit onze linie. Dan niets. Ik ging verder, rillend. Steeds hoorde ik die kreet. Boven mijn hoofd stonden al de vonkende, levende sterren van de vroege lente.
In bitter stilzwijgen ben ik dan acht dagen ziek geweest. Pas thans besefte ik dat de vijanden mensen waren. En ik had er een gedood, die misschien beter was dan ik. En er was niemand tot wie ik iets zeggen kon.

Daarna, op voorposten, op patrouilles, gedurende raids, had ik, zelfs in die nogal kalme tijden, soms te schieten van heel dichtbij. Het gaf me weldra niets meer. Toenmaals scheen het mij, die zovelen heb gedood, dat ik slechts die ene werkelijk vermoord had.
Franz De Backer stamde uit een welgesteld burgergezin. Hij verloor zeer vroeg zijn moeder (1900). In 1911 behaalde hij het diploma van regent. Hij werkte toen reeds mee aan het studententijdschrift “De Goedendag” en aan “De Nieuwe Gids”, het literaire platform van Willem Kloos. Van 1911 tot 1914 was hij studiemeester. Bij het uitbreken van WO I nam hij dienst als vrijwilliger.
Als brancardier werd hij van bij het begin geconfronteerd met verwondingen, verminking en dood, vernieling, vluchtelingen, honger, gevaar voor eigen leven. Het maakte een diepe indruk en deed hem besluiten in actieve dienst te gaan als infanterist. Tijdens de opleiding in Normandië werd hij uit de groep soldaten gepikt om officier te worden.

Veel later dan verwacht werd ik officier. Gedurende maanden had ik me bewaakt gevoeld; al mijn brieven aan kennissen, al de brieven die ik ontving, werden door de censuur geopend. In die onrustige dagen van kiemende opstand tegen het àl-Franse van ons leger werd ik verdacht. Mijn mededelingen aan de jongens waren anders dan een Franse, geëindigd met een “Voor de Vlamingen ‘t zelfde”, en ik sprak mijn taal ook buiten dienst. Verdacht. Tot men, na al die tijd, moet ingezien hebben dat ik niet schadelijk was.
Waarom, thans nog, die verbittering? Omdat de verdenking mijn hopeloze eenzaamheid vermeerderde.

Franz De Backer werd tweemaal gekwetst en werd tot Ridder in de Kroonorde benoemd wegens “moed en opofferingsgeest”. In 1923 promoveerde hij in Brussel tot doctor in de Germaanse filologie. Vanaf 1925 doceerde hij aan de Universiteit Gent Engelse taal en letterkunde.
De cursieve tekst komt uit: De Backer Franz: Longinus; NV Van Loghum Slaterus, Arnhem, 1934 (p. 28-29 resp. 30). Biografische informatie: http://schrijversgewijs.be/schrijvers/de-backer-franz/

Biografische informatie en downloads: http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=back004

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *