Franz Daens, geleden onder de laster en uitsluiting

220 web

Jackie Detailleur

auteur: Reinoud D’Haese

Franz Daens (Aalst, 1891 – ? 1914)

“Na drie dochters schonk Louise, mijn vrouw, me een zoon. Mijn leven voelde volledig. Hij zou later mijn succesvolle weekbladen Het Land van Aelst en De Werkman overnemen en mijn drukkerij. Hij zou de pas begonnen strijd voor democratie, sociale rechtvaardigheid en gelijkheid voor de Vlamingen verder zetten. Toen wist ik nog niet hoe mijn familie daaronder zou afzien en dat Woeste en de katholieke bewaarders van het Aalsterse mijn bloeiende zaak zouden ruïneren. En dat mijn broer Adolf – priester Daens – er fysiek aan ten onder zou gaan, net zoals advocaat De Backer van Denderhoutem, smid Lambrecht, Frans Sterck e.a. leiders van de democraten.

Zelfs mijn kinderen werden niet gespaard. Franz heeft – zoals mijn dochters – erg geleden onder de laster en de uitsluiting. Hij werd een stille en teruggetrokken jongen, overtuigd nochtans van de rechtvaardigheid van onze strijd. Toen de Britten de Boerenrepublieken overvallen hadden gaf hij een tijdlang het Krügergazetje uit, één klein blaadje op groen papier. Hij deed alles zelf: schrijven, zetten, drukken en verkopen. Later hielp hij mee in de drukkerij. Toen het kort voor de oorlog minder goed begon te gaan met mijn gezondheid – ik was toen al volksvertegenwoordiger – nam hij meer en meer taken in de drukkerij over. Hij maakte toen ook al deel uit van de jonge generatie die onze Christene Volkspartij kort voor de oorlog een nieuwe dynamiek gaf.

Het voorbije decennium was de oorlogsdreiging almaar groter geworden. Frankrijk wilde de Duitse Elzas terug inlijven en de Duitse politieke klasse wilde de kracht van de Duitse economie en wetenschap omzetten in politieke macht. De moord op aartshertog Franz-Ferdinand van Oostenrijk in juni 2014 in Sarajevo stak toch nog onverwacht het vuur aan de lont. En zo werd mijn jongen, zoals tienduizenden anderen, opgeroepen om het land te gaan verdedigen.

Ik ben hem in die eerste oorlogsweken nog gaan opzoeken. Na veel heen en weer gereis heb ik hem gevonden in een kampement in H., waar we samen gegeten hebben, en elders nog eens toen Belgische troepen zich al teruggetrokken hadden op Aalst. Wat later schreef hij me in een brief: Gisteren, vrijdag, een lastige dag gehad. Vertrokken te drie uur ’s morgens uit A. Ik was voorwacht met nog vier soldaten. Wij lopen verloren, dolen rond in een bos, vinden eindelijk onze compagnie terug te twee uren namiddag. Te L. hadden we een bos moeten onderzoeken, over grachten springen enz. We waren nat tot aan de knieën. We komen in het dorp; de mensen omringen ons; men brengt ons boterhammen met hesp, bier, … De mensen beschouwen ons als kleine helden en wij hebben nog niet eens de vijand ontmoet.

Het was de laatste brief die ik van hem gekregen heb. Op 30 augustus naar Oostende gereisd om hem te zoeken, dan naar Blankenberge. Niets. De hele oorlog lang probeerde ik aan nieuws te geraken, via het Belgisch leger, de administratie in Brussel, via Eedje Anseele, met wie ik goed bevriend was. Niets. Na de slag van Pervijze was Franz vermist.

Andere Kamerleden hebben voor hun zoon bekomen dat hij ergens op een kantoor gezet werd, buiten de frontlinie. Ik heb dat geweigerd. Ik wilde geen voorrechten voor mijn zoon; het gewone volk had die ook niet. Louise heeft het me ook verweten en dat doet extra pijn. Ik deel mijn verdriet met dat van zovele gewone mensen. De tijd die me rest is kort en ik weet dat ik Franz nooit meer zal zien. Hij zal mijn werk niet verder zetten. Is dat het einde van de Christene Volkspartij? Heb ik, met mijn zoon, ook de Volkspartij geofferd?

Getekend, Pieter Daens, volksvertegenwoordiger voor Aalst – november 1918

 

Bron: Delafortrie L.: Pieter Daens. De man die geloofde. Uit de memoires der familie. Hasselt, Heideland, 1963

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *