Frans Bosmans’ laatste rustplaats in Dokkum

212 web

Jackie Detailleur

auteur: Kees Bangma

Frans Bosmans, voor altijd in Dokkum (°20 december 1890- + 12 januari 1919)

Hoe komt het dat een Belgisch soldaat uit de Eerste Wereldoorlog zijn laatste rustplaats in Dokkum vindt, ver weg van de verschrikkingen van het front?

Het is nauwelijks te vinden, het Belgisch oorlogsgraf van M. F. Bosmans, soldaat, gelegen op de oude begraafplaats aan het Damwaldsterreedje bij Dokkum. Weggestopt tussen de struiken op een schijnbaar niet onderhouden terrein, onzichtbaar voor wie er niet echt naar op zoek is. Het van oorsprong wit-stenen graf, getooid met de vlag van het Koninkrijk Belgie is daardoor symbolisch voor de Nederlandse geschiedenis tussen 1914 en 1918. Want Martinus Franciscus Bosmans, is een Belgisch soldaat uit de Eerste Wereldoorlog. Een periode die nauwelijks sporen heeft achtergelaten in de Nederlandse geschiedenis. Het graf van Frans Bosmans is zo’n spoor wat daarvan getuigt.

02-graf-bosmans-dokkum

De oorlog breekt uit

In de oorlogseuforie die veel landen de eerste oorlogsmaanden kenmerkt melden zich duizenden als vrijwilliger bij het leger. Immers, de oorlog zal kort zijn, vol avontuur en voor velen een alternatief voor de sleur waarin ze, vooral in de geindustrialiseerde landen, leven. De euforie in het kleine, nagenoeg weerloze Belgie duurt geen maanden, maar slechts dagen.

Maar lang genoeg voor de 23-jarige meubelmaker Frans Bosmans om zich, mede als reactie op het gewond raken van zijn broer Jozef, in de eerste dagen van de oorlog, op 5 augustus te melden als oorlogsvrijwilliger. Onder stamnummer 4504 wordt hij ingedeeld bij de 18de reservebatterij van de vestingartillerie van de versterkte stelling Luik. Gevochten heeft Frans niet bij Luik. De meeste batterijen waren gelegerd in de forten rondom Luik. De forten worden in de 12 dagen na de Duitse inval één voor één uitgeschakeld, de aanwezige militairen gevangen genomen, gewond of gedood. De reserve-batterijen zijn gelegerd tussen de forten, samen met onderdelen van de Belgische 3de legerdivisie. Na felle gevechten op 5 en 6 augustus moet, onder de druk van de Duitse overmacht, het Belgische leger zich terugtrekken. De forten en hun bemanning worden aan hun lot overgelaten. Het Belgische leger, waaronder de reservebatterijen van de Luikse vestingartillerie trekt zich in de weken die volgen terug op de onneembaar geachte versterkte stelling van Antwerpen. Onder hen Frans Bosmans, die op 14 september is overgeplaatst naar de 15de reserve-batterij. Eind september staan de Duitsers voor Antwerpen. Op 28 september beginnen ze, net als bij Luik, systematisch met zwaar geschut de forten rond Antwerpen te bestoken. Ook hier worden de forten één voor één in puin geschoten. Op 6 oktober krijgen de burgers het advies de stad te ontvluchten. Op 10 oktober 1914 geeft Antwerpen zich over.

Belgische vluchtelingen

Honderdduizenden burgers vluchten naar het vlakbij gelegen neutrale Nederland. Onder hen dertigduizend Belgische militairen. Zo komt Frans Bosmans op diezelfde 10 oktober bij het Zeeuwse dorpje Klinge de Belgisch-Nederlandse grens over. Er spelen zich hartverscheurende taferelen af. Uitgeputte vluchtelingen, alleen nog in bezit van wat ze kunnen dragen. Kinderen die hun ouders zijn kwijtgeraakt. Belgische militairen die, na eerst aan Duitse krijgsgevangenschap te zijn ontsnapt, nu proberen, in burgerkleren gehuld, aan internering in Nederland te ontkomen.

Want de Nederlandse regering doet intussen haar uiterste best om buiten de oorlog te blijven. Handhaving van de neutraliteit vereist dat militairen van de oorlogvoerende landen die de grens overkomen, geinterneerd worden. De garnizoensstad Harderwijk wordt aangewezen voor de opvang van Belgische militairen.

Frans Bosmans komt, na zijn eerste opvang in Zeeland, op 12 oktober aan in Harderwijk, waar hij wordt ondergebracht in de Oranje Nassau (of oude) Kazerne aan de Smeepoortstraat. De lange jaren van internering zijn begonnen.Om de sleur en verveling te verdrijven was muziek voor Frans één van de manieren waarmee hij door de tijd kon komen. Samen met tientallen andere muzikale Belgen vormt hij de fanfare van het kamp Harderwijk. Zeker tijdens de beginperiode van de internering trachten velen, waaronder Frans, te ontsnappen uit de slechte omstandigheden en ledigheid binnen het kamp. De Nederlandse overheid doet er alles aan om ontvluchtingen te voorkomen omdat dit de broze relatie met Duitsland op het spel kan zetten. Ook Frans slaagt er niet in Nederland te verlaten en komt na zijn mislukte ontsnappingspoging terug in Harderwijk.

Belgische militairen gaan werken buiten de kampen

Langzaam breekt het besef door dat het enkel achter prikkeldraad houden van de geinterneerde militairen ook niet bevorderlijk is voor hun gezondheid en welzijn. Bovendien, op veel plaatsen in Nederland hebben werkgevers behoefte aan arbeidskrachten, omdat veel Nederlandse mannen gemobiliseerd zijn. Op 13 maart 1917 vindt ook Frans Bosmans werk in Dokkum. Hij wordt ondergebracht bij de weduwe Edema en gaat aan het werk bij de manden- en meubelmaker Jan Hoekstra.

Al snel ontmoet Frans de 22-jarige werkster Jeltje Kramer uit Dokkum. Op 28 oktober treden zij in het huwelijk. Medio 1918 krijgen ze een dochtertje, Emmy.

Na de vrede in 1918

Op 11 november 1918 komt aan het Westelijk Front de oorlogsmachine tot stilstand. In december onderneemt Frans de reis terug naar Herenthout om zijn familie te bezoeken en zijn terugkeer voor te bereiden. Daar is de vreugde groot, omdat alle leden van het gezin de oorlog hebben overleefd. De terugtocht naar Dokkum is een tocht vol ontberingen door een gebied vol op drift geraakte mensen, honger, gebrek en Spaanse griep. Frans komt terug bij zijn jonge gezin in Dokkum en blijkt besmet te zijn met de gevreesde ziekte. Hij overleeft het niet, net als miljoenen anderen: op 12 januari 1919 sterft hij in zijn huisje in Dokkum. Vlak voor zijn overlijden blijken ook Jeltje en de kleine Emmy symptomen te hebben van de Spaanse griep. Frans wil dat zij, mochten ook zij komen te overlijden, bij hem begraven worden. Jeltje is echter Nederlands Hervormd, Emmy gedoopt in de Hervormde kerk. Dat betekent dat zij niet begraven mogen worden op de Rooms Katholieke begraafplaats. Voor Frans is het duidelijk: dan ook ik niet. En zo krijgt de Katholieke Belgische soldaat Frans Bosmans zijn laatste rustplaats op de algemene begraafplaats in Dokkum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *