De kinderen van boer Van Put van de Buizeghemhoeve (Edegem)

Naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Geraakt door de oorlog’ (fotoverslag) in Fort V van Edegem werden Edegemse verhalen gebundeld en door volwassenen en de leerlingen van de Edegemse scholen 307 reacties neergepend. Lees hier de kaartjes met de aangrijpende reacties! 

In 1914 had het gezin Van Put vijf kinderen. Toen vader Stan Van Put, een van de boeren in de Buizegemlei, hoorde van de verwoestingen en misdaden, bedreven door de Duitsers, dacht hij eraan zijn kinderen naar het buitenland te brengen. Als boer kon hij zijn boerderij in de zomer niet in de steek laten, maar voor de kinderen was er wel een oplossing te vinden.

Voor zover de familie het zich herinnert, is er iemand van tevoren in Engeland op zoek gegaan naar een onderkomen voor de kinderen. Misschien was die persoon wel Clement Segers, de Edegemse burgemeester. Als uitbater van de melkerij aan zijn villa Meihof was hij bij de familie bekend. Trouwens, kort na 18 augustus was hij naar Engeland vertrokken.

Nadat iemand in Chelsea, een wijk in de regio Groot-Londen, onderdak had gevonden, bracht moeder Van Put de vier oudste kinderen naar Chelsea. Daarna keerde ze naar Buizegem terug.

Om begin september 1914 naar Londen af te reizen en voor eind september in deze oorlogsomstandigheden terug in Edegem te zijn is zeer onwaarschijnlijk.

Een tweede versie luidt als volgt: een aantal familieleden zijn samengebracht en gezamenlijk naar England vertrokken. Deze tweede versie lijkt ons het meest realistisch. Zo zijn ze in familieverband naar England vertrokken en in een gezin in Chelsea beland. Al snel waren zij ingeburgerd, gingen er naar school en namen deel aan het gemeenschapsleven. Ze werden zelfs supporters van de Londense voetbalclub Chelsea, en leerden er hun eerste liefde kennen.

Het toeval wou dat er op korte afstand een school was, Tulse Hill, van de congregatie van het Heilig Hart. Die school nam ook een aantal Belgische klassen op. In de lagere school werd er onderwijs gegeven, aangepast aan de tweetalige situatie in België: 48 jongens volgden les in het Nederlands en 97 middelbare scholieren in het Frans.

De vluchtelingen vertrokken niet alleen uit Antwerpen of Oostende, maar evenzo uit Rotterdam naar Felixstowe en Harwich van waaruit zij over verschillende gemeenten in deze regio werden verdeeld.

Bij die vluchtelingen waren ook vele kinderen. Alle kinderen konden echter niet bij pleeggezinnen worden ondergebracht en daarom werden er ook ‘Belgian Children’s Homes’ opgericht. Iets boven de havensteden Felixstowe en Harwich ligt het stadje Aldeburgh. Daar werd een home voor meisjes opgericht. Hier verbleven ook enkele meisjes uit Edegem.

De Belgische kinderen in ballingschap genoten kwaliteitsonderwijs, want bij hun terugkomst kenden ze geen leerachterstand. Integendeel, buiten de gewone leerstof, spraken ze praktisch allemaal drie talen: Nederlands, Frans en Engels.

Het schooljaar 1918-1919 eindigde niet met de Wapenstilstand. De meerderheid van de Belgische kinderen zetten ook na 11 november 1918 hun onderwijs verder. De meeste scholen bleven open tot de paasvakantie. In het vroege voorjaar 1919 keerden de meeste Belgische vluchtelingen uit Engeland terug.

Lees ook het verhaal van Lacroix René en Verbinnen Alexander (beiden Edegem) bij nog meer verhalen …

Dit verhaal en meer kan u lezen in het boek ‘Edegemnaren en de Groote Oorlog’, verkrijgbaar vanaf 21 april 2017. Uw exemplaar bestellen kan via cultuur@edegem.be.

2 comments

  1. Kijk eens in de tekeningen van George van Raemdonck in de oorlogs periode….je kan ze vinden ofwel op FB ofwel alle info bij ons ( kleindochter van GvR)
    Mogelijk zitten er zeker mooie spotprenten over die periode bij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *